My Account Log in

1 option

Over de Grens Van de Onrechtmatige Daad : Een Onderzoek Naar de Plaats Van de Rechtvaardiging in Het Buitencontractuele Aansprakelijkheidsrecht.

Ebook Central Academic Complete Available online

View online
Format:
Book
Author/Creator:
Franke, Mirjam.
Language:
Dutch
Subjects (All):
Torts--Netherlands.
Torts.
Justification (Law)--Netherlands.
Justification (Law).
Physical Description:
1 online resource (652 pages)
Edition:
1st ed.
Other Title:
Over de grens van de onrechtmatige daad
Place of Publication:
The Hague : Boom Uitgevers Den Haag, 2022.
Summary:
Artikel 6:162 lid 2 BW geeft de kern van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht weer met de omschrijving van wat als onrechtmatige daad wordt aangemerkt.Op de opsomming van de verschillende typen onrechtmatige daden volgt het slot: 'een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond'.
Contents:
Intro
Woord vooraf
Verkorte inhoudsopgave
Inhoudsopgave
DEEL I: TERREINVERKENNING
1 BEGRIPSBEPALING
1.1 Onderwerp en benadering ervan
1.1.1 Het onderwerp
1.1.2 Kijken met je nachtoog
1.2 De olifant van Hart
1.2.1 Het nut van een definitie
1.2.2 Normschending in abstracto en normschending in concreto
1.2.3 Eerst de normschending, dan de rechtvaardiging
1.2.4 De polaire verhouding tussen norm en rechtvaardiging
1.2.5 De contouren komen in zicht
1.2.6 Niet-onrechtmatig, of: rechtmatig?
1.3 Het grensgebied: van rechtmatige en onrechtmatige daad
1.4 Van rechtmatig naar onrechtmatig. Een typologie
1.4.1 Inleiding
1.4.2 Type 1: geen schade: juiste belangenafweging. De rechtmatige daad
1.4.3 Type 2: wel schade: juiste belangenafweging. De gerechtvaardigde daad
1.4.4 Type 3a: wel schade: geen onjuiste belangenafweging. Pech, toeval, onhandigheid
1.4.5 Type 3b: wel schade: geen onjuiste belangenafweging. De niet-onrechtmatige daad
1.4.6 Type 4: wel schade: onjuiste belangenafweging. De onrechtmatige daad
1.4.7 Het verschil tussen rechtmatig en niet-onrechtmatig
1.4.8 Bijstelling definitie
1.5 Definitie en implicaties
1.5.1 Uitwerking van de definitie
1.5.2 Niet bij risicoaansprakelijkheid?
1.5.3 Na rechtvaardiging geen rechtvaardiging
1.5.4 Rechtvaardiging ten tijde van de handeling
1.5.5 Geen putatieve rechtvaardiging
1.5.6 Geen schadevergoeding op grond van artikel 6:162
1.5.7 Rechtvaardiging en rechtvaardigingsgrond
1.5.8 De betrokken partijen
1.6 Het grensgebied van onrechtmatigheid en schuld
1.6.1 Plaatsbepaling
1.6.2 Het karakter van rechtvaardiging en schulduitsluiting
1.6.3 Het belang van rechtvaardiging en schulduitsluiting
1.7 Tot slot
2 STRAFRECHT EN BURGERLIJK RECHT
2.1 Inleiding.
2.1.1 Rechtvaardigingsgronden in de parlementaire geschiedenis van het Burgerlijk Wetboek
2.1.2 Het strafrecht en de civielrechtelijke begripsvorming
2.1.3 Vorm of norm?
2.1.4 Doel en functie
2.1.5 Recht: doel, werking en middel: gelaagde structuur
2.1.6 Focus op het onderzoeksgebied
2.2 Straf- en civielrecht: ordeningssystemen
2.2.1 Doel van het recht: openbare en particuliere belangenbescherming
2.2.2 De grens tussen publiek- en privaatrecht?
2.2.3 Doel van het middel: straffen en herstellen
2.2.4 Uitwerking 1: de verhouding tussen de procespartijen
2.2.5 Uitwerking 2: debatstructuur en bewijslast
2.2.6 Nadere bezinning op het doel van het recht: het vlot van Karneades
2.2.7 Tussenconclusie I
2.3 Overgang van ordening naar normering: over de werking van het recht
2.3.1 Functie van recht en middel: inleiding
2.3.2 Strafrecht: functies van straf
2.3.3 Van Veen: het verband tussen de aard van het delict en de functie van straf
2.3.4 Civielrecht: functies van schadevergoeding in het aansprakelijkheidsrecht, algemeen
2.3.4.1 Schadevergoeding: compensatie, schadespreiding en preventie
2.3.4.2 Schadevergoeding en risicoallocatie
2.3.4.3 Schadevergoeding en genoegdoening
2.3.4.4 Schadevergoeding en bestraffing
2.3.4.5 Van de functies in het algemeen naar de verschillende typen aansprakelijkheid
2.3.5 Functies van schadevergoeding bij aansprakelijkheid voor rechtmatige daad
2.3.6 Functies van schadevergoeding bij risicoaansprakelijkheid
2.3.7 Functies van schadevergoeding bij schuldaansprakelijkheid
2.3.8 Tussenconclusie II
2.4 Straf- en civielrecht: normen bij schuldaansprakelijkheid
2.4.1 Onrechtmatigheid en rechtvaardiging
2.4.2 Grondslag van straf- en civielrechtelijke aansprakelijkheid
2.4.3 Toepassingsgebied van rechtvaardigingsgronden.
2.4.4 Doel en functie van rechtvaardigingsgronden
2.4.5 Inhoud van rechtvaardigingsgronden
2.4.6 Gevolgen van de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond
2.4.7 Tussenconclusie III
2.5 Afsluiting
2.5.1 Disharmonie of convergentie?
2.5.2 Samenvatting van de bevindingen in dit hoofdstuk
DEEL II: ORDENING
3 DE VOLLEDIGE RECHTVAARDIGING
3.1 Inleiding
3.1.1 De volledige rechtvaardiging
3.1.2 De Toelichting Meijers
3.1.3 Kritiek van de Raad van State
3.1.4 Verwerping van de kritiek door het driemanschap
3.1.5 Conclusie en overgang naar wat volgt
3.2 Het strafrechtelijk systeem
3.2.1 De Memorie van Toelichting
3.2.2 Rechtvaardiging en schulduitsluiting
3.3 Overmacht: een civielrechtelijke kwalificatiefout
3.3.1 Artikel 40 Sr
3.3.2 Verschillende typen overmacht
3.3.3 Civiel: geen rechtvaardiging, maar schulduitsluiting
3.4 Noodweer
3.4.1 Inleiding
3.4.2 Artikel 41 lid 1 Sr
3.4.3 Voorwaarden
3.4.4 Een kortere omschrijving?
3.4.5 Een extra vereiste: alleen tegen veroorzaker gevaar?
3.4.6 Tot slot: noodweerexces
3.5 Wettelijk voorschrift of bevoegdheid
3.5.1 Inleiding
3.5.2 Artikel 42 Sr
3.5.3 Voorschrift en bevoegdheid
3.5.4 Het nut van de bepaling
3.5.5 Voorwaarden
3.6 Ambtelijk bevel
3.6.1 Inleiding
3.6.2 Verhouding tot wettelijke plicht
3.6.3 Artikel 43 lid 1 Sr
3.6.4 Voorwaarden
3.6.5 Tot slot: onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
3.7 Noodtoestand
3.7.1 Inleiding
3.7.2 Karakterisering
3.7.3 De weging van de belangen: gekozen voor gelijk of geringer belang
3.7.4 Beoordelingsmoment belangenafweging
3.8 Terzijde
3.8.1 Parallel met PETL
3.8.2 Artikel 6:162 gespiegeld
3.9 Toestemming: eveneens een civielrechtelijke kwalificatiefout
3.9.1 Inleiding
3.9.2 Omstandigheid niet aan de zijde van de handelende.
3.9.3 Toestemming voorkomt onrechtmatigheid
3.9.4 Conclusie: toestemming is geen rechtvaardiging
3.10 Zaakwaarneming
3.10.1 Belangenbehartiging
3.10.2 Redelijke grond
3.10.3 Afronding
3.11 Tussentijds concluderend
3.11.1 Van buiten komende, plotselinge noodzaak op te treden, vaak buiten het eigen belang
3.11.2 Terugblik op Parlementaire Geschiedenis en overgang naar wat volgt
3.12 Andere rechtvaardigingen in het Nederlandse civielrecht?
3.12.1 Verspreide rechtvaardigingen
3.12.2 Argumenten ontleend aan het systeem van het burgerlijk recht?
3.12.3 Wettelijke bevoegdheid, toestemming en zaakwaarneming
3.12.4 Handelen in het algemeen belang en aanbieden van schadevergoeding
3.12.5 Andere rechtvaardigingsgronden?
3.12.6 Conclusie
3.13 Andere rechtvaardigingen in het niet-Nederlandse civielrecht?
3.13.1 Inleiding
3.13.2 België
3.13.3 Frankrijk
3.13.4 Duitsland
3.13.5 Anglo-Amerikaanse systemen
3.13.6 PETL
3.13.7 DCFR
3.13.8 Conclusie
3.14 Andere rechtvaardigingsgronden in het strafrecht
3.14.1 Inleiding
3.14.2 Ontbreken materiele wederrechtelijkheid/zorgvuldigheid als rechtvaardiging
3.14.3 Persoonlijke hoedanigheden
3.14.4 Verzetsrecht
3.14.5 Vergunningen/ontheffingen
3.14.6 Conclusie
3.15 Conclusie
4 DE ONVOLLEDIGE RECHTVAARDIGING
4.1 Twee typen onvolledigheid
4.1.1 Inleiding
4.1.2 Mislukt beroep op een toereikende, volledige, rechtvaardiging
4.1.3 Geslaagd beroep op een ontoereikende, onvolledige, rechtvaardiging
4.1.4 De onvolledige rechtvaardiging en de aard van de vordering
4.2 Welke rechtvaardigingen?
4.2.1 Het uitoefenen van een bevoegdheid
4.2.2 Bevoegdheden in de private sfeer
4.2.3 Bevoegdheden in de (semi-)publieke sfeer
4.2.4 Het spanningsveld: de bevoegdheid van de handelende en de belangen van de benadeelde.
4.2.5 Het lange verhaal van Sporrong en Lönnroth
4.2.6 Op zoek naar de balans
4.3 Dogmatische onderbouwing
4.3.1 Een oude discussie
4.3.2 Bregstein: de rechtvaardigingsgrond in wording
4.3.3 Drion: het complex van handeling en schadevergoeding
4.3.4 Bloembergen c.s.: bevoegd, dus rechtmatig
4.3.5 Einde discussie?
4.4 Verwerping van de visie van Bloembergen c.s.
4.4.1 Vooraf
4.4.2 Wat maakt het uit?
4.4.3 Het procedurele belang van het onderscheid
4.4.4 Het belang van het onderscheid in verband met de hoogte van de schadevergoeding
4.4.5 Het manco, bezien vanuit de rechtvaardiging
4.4.6 Het manco, bezien vanuit de normschending
4.4.7 Conclusie
4.5 De onvolledige rechtvaardiging en het oordeel over de rechtmatigheid van de handeling en de vergoedingsplicht
4.5.1 Inleiding
4.5.2 Hoe de ontoereikende rechtvaardiging aan te vullen?
4.5.3 Welke factoren zijn van belang voor de vergoedingsplicht?
4.6 Conclusie en slot
5 DE VOORWAARDELIJKE RECHTVAARDIGING
5.1 Vooraf
5.1.1 Bevoegdheid en onzekerheid
5.1.2 Enkele voorbeelden
5.1.3 Verschil met de onvolledige rechtvaardiging
5.1.4 Schuld en toerekening?
5.1.5 Onrechtmatigheid?
5.2 Grondslag van de aansprakelijkheid
5.2.1 Inleiding
5.2.2 Rechtmatige daad
5.2.3 Risicoaansprakelijkheid
5.2.4 Onrechtmatige daad
5.3 Onrechtmatigheid: dogmatische onderbouwing
5.3.1 De bevoegdheid en de onrechtmatigheid
5.3.2 Handelen zonder recht of titel
5.3.3 De variërende status van de rechtsbetrekking
5.3.4 De voorwaardelijke bevoegdheid
5.4 De voorwaardelijke rechtvaardiging nader beschouwd
5.4.1 De aard van de voorwaarde
5.4.2 Gevolg van de voorwaardelijkheid
5.4.3 Een bijzondere toepassing: strafvorderlijk optreden
5.5 Slot
DEEL III: BEGINSELEN
6 CULPA IN CAUSA
6.1 Het probleem.
6.2 Terminologie.
Notes:
Description based on publisher supplied metadata and other sources.
ISBN:
9789051892093
9051892098
OCLC:
1373984642

The Penn Libraries is committed to describing library materials using current, accurate, and responsible language. If you discover outdated or inaccurate language, please fill out this feedback form to report it and suggest alternative language.

Find

Home Release notes

My Account

Shelf Request an item Bookmarks Fines and fees Settings

Guides

Using the Find catalog Using Articles+ Using your account